Molen De Waterlooper, Middelie

Middelie, Noord-Holland
v

korte karakteristiek

naam
De Waterlooper
modeltype
Paltrokmolen
functie
zaagmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
08291
oude dbnr.
V8291
Meest recente aanpassing
| Conversie

locatie

plaats
Middelie
gemeente
Edam-Volendam, Noord-Holland
plaats(en) voorheen
Axwijk
streek
De Zeevang
geo positie
X: 130539, Y: 503875
N: 52.52200, O: 5.02680

constructie

modeltype
Paltrokmolen
krachtbron
wind
functie
plaats kruiwerk
onderkruier
kruiwerk
onderkruier
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
geschiedenis
De opstand van het "saechmolentgen" werd in 1636 door Jacob Cornelisz uit Westzaan voor ƒ 900,= aan Jacob Pouwelsz verkocht. Deze laatste, die in 1630 nog in Zaandam woonde, had zich inmiddels buiten de Middelieër poort bij Edam gevestigd. Hij liet de zaagmolen verplaatsen en zo verdween deze al na enkele jaren uit de Zuidpolder.

Het is onzeker of ook Baert Vastersz bij de stichting van de tweede molen betrokken is geweest. Zeker is dat hij namens zijn vennoten sinds december 1633 probeerde octrooi te krijgen voor een molen voor het zagen van eikenhout. Uiteindelijk kreeg hij met ingang van 15 maart 1636 een dergelijk alleenrecht voor de periode van dertien jaar. De molen die ging werken onder dit octrooi werd opgericht aan de Purmer ringsloot, even buiten Edam. Omdat als eigenaar van die molen later Jacob Pouwelses wordt genoemd, is het aannemelijk dat de door hem gekochte opstand van de tweede molen hier terecht is gekomen. Hij zou als vennoot van Baert onder het door de laatste verworven octrooi hebben kunnen werken.

Er ontstond een geslaagde samenwerking tussen Jan Claesz Bruijnvis (Tenbruggencatenummer 08293) en Barent Jacobsz Slot, beide zaagmolenaars te Edam. Door hun samenwerking raakte Willem Pietersz zijn compagnon op De Samson (Tenbruggencatenummer 07687) kwijt. Vrijwel zeker was Slot werkzaam op de zaagmolen, eigendom van Claas Claasz Waterlooper en gelegen ten westen van de stad aan de Purmer ringvaart. De uit Enkhuizen afkomstige Waterlooper had deze wagenschotmolen gekocht van Jan Pauwelsz en bleef eigenaar tot Pieter Pietersz Josephs hem voor ƒ 1000,= overnam.

De achternaam Waterlooper zou wel eens van de molen kunnen zijn afgeleid, omdat die hoogstwaarschijnlijk over het water van zijn oude standplaats in de Zuidpolder naar hier was verplaatst. Op 8 augustus 1675 wordt Claas Claasz Waterlooper nog vermeld.

Bruijnvis was eigenaar van een andere zaagmolen (Tenbruggencatenummer 08293) aan de Ringvaart, die naast die van Waterlooper was gelegen. Gezamenlijk kochten de heren Slot en Bruijnvis de helft van de dan als "Sampson" aangeduide molen van Claes Pietersz Beets, waarna zij het met hun invloed en kennissenkring ook voor het zeggen hadden in deze grootste van de drie aanwezige zaagmolens.

Tegen deze compagnons kon Willem Pietersz niet op en hij kwam onder curatele te staan. Op een veiling boden de curatoren "een halve saechmolen genaemt de Samson" te koop aan. In de molen waren toen drie zaagsleden te vinden. Bij de helft van Willem hoorde bovendien een woonhuis met tuin en erf. Ondanks de recessie was er flink belangstelling voor het aandeel van de molen, want er werd negentien maal geboden voordat Jan Claasz Bruijnvis c.s. kopers werden voor ƒ 2604,=. De geplande verkoop van de reeds eerder door de heren Bruijnvis en Slot aangekochte andere helft van de molen ging niet door, vrijwel zeker omdat ze nu de gehele molen bezaten.

Beide compagnons hielden de markt goed in de gaten en wisten de concurrentie de baas te blijven. Dat merkte ook Pieter Pietersz Josephs, die in 1664 als opkoper de paltrok aan de ringvaart van de Purmer voor ƒ 1000,= overnam. Hij zat er lelijk mee in zijn maag en probeerde de molen door te verkopen, maar dat lukte niet. Uiteindelijk hebben zijn erfgenamen de molen laten veilen. Voor slechts ƒ 200,= werden de vennoten Cornelis Jacobsz Gorter en Allert Claesz Houtcoper voor een zeer korte tijd eigenaar, waarna uiteindelijk Cornelis Jansz Banningh de molen in bezit kreeg. Niet lang daarna zal de afbraak van de derde molen een einde aan alle activiteit hebben gemaakt, omdat daarna alleen nog sprake is van "het kleijne molenwerfje".

Banning kan de molen hebben afgebroken vanwege zijn naastgelegen volmolen (Tenbruggencatenummer 08296), die hij eerder in 1670 had gekocht.

Bron: Molens van Edam door drs. D.M. Bunskoeke, 1999. Uitgave Vereniging Oud Edam.