Molen St. Stevenspoortgenspolder, Leiden

Leiden, Zuid-Holland
v

korte karakteristiek

naam
St. Stevenspoortgenspolder
modeltype
Wipmolen
functie
poldermolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
15699
oude dbnr.
V15699
Meest recente aanpassing

locatie

plaats
Leiden
plaatsaanduiding
aan het einde van de Speckenwatering, bij de Dobbewatering
gemeente
Leiden, Zuid-Holland
plaats(en) voorheen
Wassenaar
streek
Rijnland
geo positie
X: 90683, Y: 462401
N: 52.14605, O: 4.44754

constructie

modeltype
Wipmolen
krachtbron
wind
functie
romp
vierkante ondertoren
inrichting
Scheprad
plaats bediening
plaats kruiwerk
middenkruier
kruiwerk
zetelkruier
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
circa
verdwenen
afgebroken
geschiedenis
In het stichtingsstuk van 1632 wordt gesproken over uitwatering op de Speckenwatering en voorts op de Rijn. De molen stond bij een dwarssloot tussen de Schenk en de Dobbewatering. In 1674, na uitbreiding van het poldergebied, werd een nieuwe wipwatermolen gebouwd aan de Veenwatering. Volgens het reglement begon de molenaar elk jaar op Vrouwendag (2 februari) met malen.
In 1699 werd een inlaatduiker gelegd. Het bestuur had nagelaten het hoogheemraadschap van Rijnland vergunning te vragen. De dijkgraaf van Rijnland eiste 10 pond boete.
In maart 1708 brandde de molen van de gecombineerde Pijsel en Ommedijcx polder tijdens een storm af. Via een duiker door de Doedinxlaan bemaalde de molen van de Stevenshofjespolder toen tijdelijk ook die polder. Op 3 december 1796 's avonds om half negen brandde de eigen molen af. Tijdelijk werd de polder toen bemalen door twee naastgelegen polders. Nu werd een stenen
molen gebouwd aan de Veenwatering in het midden van de polder. In 1945 bemaalde de polder de geïnundeerde Papenwegse polder. Vanaf 1961 zette het bestuur zich in voor het verkrijgen van subsidies om de molen in bedrijf te houden. In 1976 werd de molen verkocht aan de Rijnlandse Molenstichting.

De polder kreeg de naam van een investeerder Het Sint Stevenshofje of het Convent van Tetterode is een hofje aan de Haarlemmerstraat in de binnenstad van de Nederlandse stad Leiden.

Het hofje in de buurt De Camp is in 1487 gesticht door de rijke brouwer Willem Aerntsz. van Tetrode en zijn vrouw Cristijn (of Christina) Arentsdr. Bruinen en vernoemd naar de patroonheilige van het Leidse brouwersgilde, Sint Steven. Met de opbrengsten van een stuk land ten zuidwesten van de stad, de Stevenshofjespolder, konden het onderhoud en de onkosten van de bewoners worden gewaarborgd. Dit land was door de familie Van Tetrode speciaal voor dit doeleinde aan het hofje geschonken. In 1777 is het hofje geheel vernieuwd. Het hofje staat sinds 1968 als rijksmonument ingeschreven in het monumentenregister.

De genoemde polder heeft 3 molens gekend, 2 wipmolens en een stenenmolen. De Laatste staat nog in de verwoesten polder. De eerste wipmolen maalden niet op de veenwatering maar Speckenwatering.
Pas na uitbrieding van de polder kreeg de polder een nieuwe wipmolen met een grotere vlucht. Die uitmaalde op de veenwetering. De polder werd door veenwatering in tweeën gedeeld. Een grondduiker onder de veenwatering zorgde voor de verbinding tussen de in tweeën gesplitste polder. Ook kan men lezen dat polder in de wintermaanden niet werd bemalen. Dat zal in de loop van de geschiedenis van de polder veranderen.

Bronnen; 1.2.5.14 Stevenshofjespolder, Wikipedia
Informatie van N. Varkevisser, 6 sept. 2020.
-----

In 1632 verleende Rijnland toestemming aan ingelanden tussen Voorschoten en Wassenaar om hun landen te bepolderen en "met een cade romdom dicht te maken". Een molen werd gebouwd op land van het St. Steevensconvent te Leiden.

Hierna nam het St. Stevenspoortgenspoldertje in omvang toe doordat andere eigenaars en gebruikers in de directe omgeving verzochten in de bepoldering te worden opgenomen. Toen in 1674 enkele ingelanden onder Wassenaar vroegen met 54 morgen in de polder opgenomen te worden en er tezelfdertijd een nieuwe molen nodig was, besloot men gezamenlijk tot de oprichting van een nieuwe en grotere polder, waarin het St. Stevenspoortgenspoldertje geheel opging. De polder zou met een nieuwe "suffisante molen" worden bemalen op de Veenwatering, en het oude molentje, dat geheel versleten was, werd tot voordeel van de eigenaars van de landen in het oude poldertje verkocht.

Bron: "De polders rondom Voorschoten", art. door G. 't Hart in "Voorschoten, Historische Studien", red. dr. J.L. van der Gouw, 1971. Verzameling H. van der Kaay.

aanvullingen