Molen De Kat (1e), Zaandam-Oost

Zaandam-Oost, Noord-Holland
v

korte karakteristiek

naam
De Kat (1e)
modeltype
Kantige molen, stellingmolen
functie
oliemolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
06654 t
oude dbnr.
V4593
Meest recente aanpassing
| Conversie

locatie

plaats
Zaandam-Oost
plaatsaanduiding
aan de Kalverringdijk, buitendijks
gemeente
Zaanstad, Noord-Holland
streek
Zaanstreek
geo positie
X: 116316, Y: 498738
N: 52.47501, O: 4.81785

constructie

modeltype
Kantige molen, stellingmolen
krachtbron
wind
functie
romp
achtkante bovenkruier
inrichting
een dubbel oliewerk
plaats bediening
stellingmolen
bediening kruiwerk
buitenkruier
plaats kruiwerk
bovenkruier
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
verbrand
geschiedenis
De voorganger van de huidige verfmolen De Kat ging in 1648 van start. Zeer lang werd aangenomen dat het stichtingsjaar 1646 was, maar uit de recent gevonden verbandacte, die op 27 oktober 1648 werd afgegeven door schout Pieter van Soutelande en de schepenen Luijt Cornelisz en Dirck Frericksz van de Banne Oostzaan blijkt dat voor de molen aan de Kalverringdijk de windbrief op 29 september 1648 werd afgegeven. De windbrieven van de molens werden uitgeschreven door de Grafelijkheidsrekenkamer der Domeijnen van de Staten van Holland en West-Friesland in Den Haag. Naast de windbrief werd de molenbaas verplicht een verbandacte te overleggen aan de rentmeester-generaal van Kennemerland en West-Friesland, waaronder de Zaanstreek viel. Hij moest jaarlijks de windpacht innen. In beide documenten werd een windpacht van ƒ 2,50 per jaar voorgeschreven. De moleneigenaar was verplicht zijn molen met het erf, waarop deze stond, als onderpand en het recht van naasting te geven, zodat de regenten de belasting toch konden innen, indien de eigenaar of zijn opvolger in gebreke bleef.
In de verbandacte van 27 oktober 1648, die in het oud-rechterlijk archief van de Banne Oostzaan in het gemeentearchief van Zaanstad werd aangetroffen, wordt gemeld dat het document werd uitgeschreven op naam van d'eersame Aeriaen Gerritsz van de Saendijck en dat de heeren van de reeckeninge hem verleent hadde degeregtigheijt vande windt tot een hennepkoeckmoolen gelgen inde banne van Oossaenen tot Saerdam ande kalverdijck belent met de Calverdijck ten oosten ende Saen ten westen onder de erffpagt van twee gult. thien stuijvers.

Aeriaen Gerritsz was Aeriaen Gerritsz van Someren uit Zaandijk, één van de leden van de koopmansfamilie Van der Leij die betrokken waren bij de bouw van vrijwel alle molens in Zaandijk en aan de Kalverringdijk in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Hij moest dus een belasting van ƒ 2,50 per jaar betalen voor het gebruik van de wind en dat bedrag vinden we voor de oliemolen De Kat ook terug in het windpachtregister van de Banne Oostzaan dat in 1729 geheel werd aangepast, omdat de gegevens van de eigenaren sterk verouderd waren, maar waarin de oude windpachten uit de windbrieven en verbandactes werden overgenomen.

Tot nu toe werd altijd een windbrief van 11 januari 1646 als de bouwvergunning van De Kat genoemd. Deze werd ook aan Adriaan Gerritsz van Someren uitgereikt, maar voor een verwe ende soethoutsaechende moolen op 't Kalf. Dit was dezelfde koopman als Aeriaen Gerritsz. Hij was in meerdere bedrijfstakken actief. Op 24 september 1643 had hij ook al een windbrief gekregen voor de eerste verfmolen in de Zaanstreek. Deze stond aan het Guytspad in Zaandijk. Dit waren molens waar aardverven werden gemaakt. Eerder was er wel de zogenaamde Braziliemolen gebouwd die verfhout brak in opdracht van de rasphuis in Amsterdam en uiteindelijk op bevel van de Amsterdamse stadsmagistraten moest worden afgebroken, omdat het rasphuis het alleenrecht op het breken van verfhout had. Ook deze molen was van de familie Van der Leij.

Dat De Kat werd gebouwd met de windbrief van 1646 als bouwverguning werd in 1947 door de Zaandijker historicus Gerrit Jan Honig beschreven in zijn studie naar het geslacht Van der Ley in het historisch magazine De Zaende 1947.
Hij schreef daarin: "Aeriaen Gerritsz liet een verwe ende soethoutsaechende moolen op 't Kalf bouwen op zijn eigen land, belend de Kalverdijk ten westen en Cornelis Willemsz ten oosten. Samen met deze Cornelis Willemsz had hij op 26 april 1645 al een stukje land aan de Kalverdijk gekocht. Ze betaalden er ƒ 309,75 voor aan Jacob Walichsz uit Oostzaandam."
Op basis daarvan concludeerde Honig dat dit De Kat was, maar de nu bekende gegevens duiden er op dat de molen twee jaar later werd gebouwd. Ook de erfbeschrijving die Honig in zijn artikel aanhaalde duidt daar op. Belend de Kalverdijk ten westen betekent dat het verfmolentje van Van Someren binnendijks werd gebouwd en De Kat staat buitendijks. De verfmolen heeft dus op een ander erf gestaan, maar waar is niet bekend. De huidige verfmolen De Kat werd gebouwd nadat zijn voorganger met dezelfde naam op 27 november 1782 door brand werd verwoest.

Dat Aeriaen Gerritsz de eerste eigenaar van De Kat was bleek na zijn overlijden. Toen verkocht Cornelis de Lange uit Zaandijk, namens zichzelf en de erfgenamen van Adriaen Gerritsz van Someren, een half part in de molen voor ƒ 1100 aan Tobias van Doorn uit Amsterdam (GAZ. NL-ZdGAZ_OA-0024_436_0103). Deze verkoop werd op 9 september 1664 vastgelegd in een transportacte van de Banne Oostzaan. Daarmee werd ook een waardedaling van de molen aangegeven, want Van Doorn had twee jaar eerder - op 23 januari 1662 - de andere helft van De Kat voor ƒ 1600 gekocht van Pieter Arisz, die voor zijn vader Ariaensz Gerritsz van Someren optrad. De Amsterdammer werd ook eigenaar van een half part in het huis dat bij de molen stond plus 10.000 pont roof, waarmee vermoedelijk turf werd aangegeven, en een stoof. Verder waren alle gereedschappen, gewichten, balans en olievaten bij de prijs inbegrepen. Tobias van Doorn werd dus in september 1664 de enige eigenaar van de molen. Desondanks was de waarde van De Kat met zijn molenhuis in dat jaar met 1000 gulden gedaald (GAZ. NL-ZdGAZ_OA-0024_433_0169).

Van Doorn bleef eigenaar tot zijn dood. Na zijn overlijden verkocht zijn enige dochter Margrieta de molen voor ƒ 2100. Omdat zij als vrouw zelf geen zaken mocht doen, werd de verkoop geregeld door haar echtgenoot Tousans Domis, een koopman uit Amsterdam. De kopers waren Pieter Jansz Musch en Willem Polanis. Maar Musch was geen olieslager of koopman. Hij was chirurgijn en woonde op de Saendijck in de Banne van Westsaanen. Of hij in het dorp Zaandijk woonde is niet duidelijk. Met regelmaat werd de hele dijk vanaf de sluis in Zaandam tot voorbij Wormerveer zo aangeduid (GAZ. NL-ZdGAZ_OA-0024_444_0181).

Ron Couwenhoven, 10 dec. 2019.

De binnendijkse verfmolen van Adriaan Gerritsz is opgenomen als Tenbruggencatenummer 17823.
-----

Op 13 juli 1698 werd de oliemolen tegen brand verzekerd in een assurantiecontract op naam van Willem Polanis en Jan en Pieter Maersz. Glas.
Bij de oprichting van het olieslagerscontract voor ladingen, op 14 juni 1727, werd De Kat door eigenaar Pieter Claesz. Kuiper hierin verzekerd.

Bij de oprichting van OC voor opstallen, op 1 juli 1733, was de molen het bezit van Jan Reyerse van Kralingen. Van Kralingen bleef lang eigenaar van de molen en vanaf 1770 verhuurde hij hem aan Gerrit Caascoper Honigsz. Twee jaar later werd de zoon van Gerrit Caaskoper, Claas Gerritsz. Honig eigenaar van de Kat.

Op 27 november 1782 overkwam de molen een ramp: hij geraakte in brand en werd totaal verwoest. Het OC keerde aan eigenaar Claas Honig ƒ 4500 uit voor de molen en maar liefst ƒ 11.958,90 voor de lading. Honig liet op de plaats van de verbrande molen een nieuwe grote achtkante bovenkruier bouwen.

Bronnen:
- “De Zaende” 2e jaargang 1947 blz. 4-14
- “Duizend Zaanse Molens” P. Boorsma 1968 blz. 135
- “Gedenkboek van het olieslagerscontract” 1912
- “Over molens der familie Honig” P. Boorsma 1939 blz.166-167
- “Drie eeuwen verf” Mr. D. Vis 1943 blz. 9-31
F. Rol.

aanvullingen

trivia
Voorheen was in bovenstaande tekst abusievelijk sprake van Tobias van Duin uit Amsterdam, dat moet Tobias van Doorn zijn.

Ook stonden er vermeldingen van De Kat als verfmolen, dat bleek onjuist, hij was altijd oliemolen.