Molen Voerendaalse Molen, Voerendaal

Voerendaal, Limburg
v

korte karakteristiek

naam
Voerendaalse Molen
modeltype
Watermolen
functie
korenmolen
bouwjaar
verdwenen
toestand
verdwenen
beek
Voerendaalse Molenbeek/ Hoensbeek
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt  
Toon op Google Maps met andere molens in de buurt
Ten Bruggencate-nr.
01129 a
oude dbnr.
V1257
Meest recente aanpassing

locatie

plaats
Voerendaal
plaatsaanduiding
Molenbeekstraat in de kom van het dorp
beek
Voerendaalse Molenbeek/ Hoensbeek
gemeente
Voerendaal, Limburg
streek
Zuid-Limburg
kadastrale aanduiding 1811-1832
Voerendaal A (3) 867 Ladislas de Villers Masbourg, gepens. colonel
geo positie
X: 192857, Y: 321687
N: 50.88373, O: 5.92513

constructie

modeltype
Watermolen
krachtbron
water
kenmerken
functie
gangwerk
wateras
rad
rad diameter
3,18 m Ø, 69 cm breed<br>Later 3,74 m Ø, 110 cm breed
afbeelding van onze ondersteuners

geschiedenis

toestand
verdwenen
bouwjaar
verdwenen
1920 buiten gebruik 1966 onttakeld 1968-1979 gesloopt
geschiedenis
De Voerendaalse molen is een voormalige graanmolen in de kom van het gelijknamige dorp, gelegen aan de Molenbeekstraat. Het molengebouw is uit mergelsteen opgetrokken. Het water bestemd voor het bovenslagrad werd betrokken uit een vergaarvijver die 60 m boven de molen was gelegen. Deze vijver werd gevoed door een beek waarvan het water afkomstig was van het bronnengebied De Zevensprong.

Aangezien het hier een zogenaamde wintermolen betrof, kon er alleen in de natte maanden van het jaar voldoende water worden aangevoerd om te kunnen malen. Dit water werd vanuit de vijver via een lange houten kanjel met daarin een bodemklep naar de bovenzijde van het waterrad geleid. Bij een te groot aanbod van water werd de bodemklep in de kanjel gesloten waardoor het water over rad werd heengeleid. Bovendien was er in geval van nood nog een lossluis op de vijver aanwezig.

Het waterrad had een middellijn van 3,18 m en een breedte van 0,69 m zoals vastgelegd bij een peilvaststelling in 1854. Omstreeks 1881 werd een nieuw waterrad gemonteerd met een middellijn van 3,74 m en een breedte van 1,10 m. De molen had één koppel molenstenen, de aandrijving bevond zich in de kelder van het molenhuis. De molen was in die tijd verpacht aan de molenaar Louis Gielen en na de eeuwwisseling aan Jos Loop, de laatste molenaar die op waterkracht heeft gemalen. In 1920, toen zijn zoon Paul Loop de molen in pacht had, werd een ijzeren maalstoel en een elektromotor geplaatst, waarmee de molen tot in de 1950-er jaren in bedrijf bleef.

De watermolen was in het begin van de 19e-eeuw in eigendom van de gepensioneerde kolonel Ladislas de Villers Masbourg uit het Belgische Eclaye. Deze familie was toen ook al eigenaar van kasteel Schaloen in Oud-Valkenburg en de daarbij behorende watermolen. Achtereenvolgens kwam de molen door overerving eerst in 1864 in bezit van Fredric de Villers Masbourg en daarna in 1892 van de in Maastricht woonachtige Marie Josephine Clementie de Villers Masbourg. Deze liet de molen in 1894 geheel herbouwen, waarbij deze samen met het molenhuis aan een naastgelegen boerderij werd toegevoegd. Tot 1919 werd de molen door haar verpacht, waarna hij samen met de boerderij in eigendom kwam van Franciscus van der Heyden uit Voerendaal en Thea Feitscheid uit Heerlen en vervolgens in 1939 van Josephine, Maria en Henri van der Heyden. Zij verkochten de molen tenslotte in 1954 aan Frans Lipperts, de toenmalige pachter. Deze verbouwde het molenhuis tot een handel in veevoeders waarna de volgende eigenaar er in 1966 een winkelbedrijf in vestigde.

Informatie van P. Vossen, 22 februari 2008
-----

Vermeldenswaard is nog dat pachter Paul Loop aanvankelijk een beambte was bij de Oranje-Nassaumijnen. De molen draaide toen door het gebruik van de elektromotor op haar hoogtepunt en dit vooral dankzij de levering van havermeel en geplette haver voor de mijnpaarden.
-----

Tegenwoordig is van het pand niets meer te vinden, afgaande op top. kaarten zal het tussen 1968 en 1979 zijn gesloopt.